AND MORE...

Dutch for Children and more...

Nederlandse online-les, NTC-online, Online les via Skype, Hangouts of videobellen via messenger of WhatsApp.



+599 95105171
https://www.dutchforchildren.nl
https://www.facebook.com/dutchforchildrenandmore/
e: dutchforchildren@gmail.com

NU

Verder:

Waarom Dutch for Children and more?

  • op maat gemaakte lessen
  • flexibele lestijden
  • online privéles vanuit huis
  • géén reistijden
  • lesmateriaal inbegrepen
  • een veilige eduactieve online omgeving
  • gemakkelijk en frequent contact
Lees de reviews en bekijk de  tarieven .

Kijk hier online lessen mee en meld je aan voor een gratis proefles!

 

Nederlands Taal- en Cultuuronderwijs

Nederlandse (online) scholen in het buitenland geven kinderen overal ter wereld onderwijs: Nederlandse Taal en Cultuuronderwijs. Ook wel NTC genaamd. Een bekende term voor expats en mensen die zijn geëmigreerd.
 
Bij het Nederlandse Taalaspect (NT) heeft iedereen over het algemeen wel beeld: namelijk het Nederlands leren of op peil houden als je in het buitenland woont of gaat (re)emigreren naar Nederland. Maar waar staat het Cultuuraspect (C) nu eigenlijk voor? Anders dan het rondom de decembertijd tijdens de lessen over Sinterklaas en pepernoten hebben.
 
Als je bezig bent met het onderwijzen van taal, ben je vanzelfsprekend bezig met het onderwijs van de cultuur van de groep die díe taal spreekt.
 
‘Cultuur is de collectieve mentale programmering die de leden van één groep of categorie mensen onderscheidt van die van andere' (Hofstede 2005). Deze cultuur is niet aangeboren. Wij leren cultuur aan in de sociale omgeving waarin we opgroeien. Namelijk in ons gezin, op straat, op school en op het werk. Deze cultuur blijft niet steeds hetzelfde, maar verandert regelmatig. Bedenk bijvoorbeeld maar hoe wij nog niet zo lang geleden zelf met onze vrienden op school praatten en hoe dit anno nú veelal via social media gebeurt.
 
Kortom: als je lesgeeft in een taal, is dit niet los te koppelen van de cultuur. Cultuur en taal zijn onderling zo verweven, dat je het één niet kan onderwijzen zonder het ander. 
 
Bijvoorbeeld: als je leerlingen de gebiedende wijs uitlegt, vertel je als leerkracht er ook bij hoe en wanneer deze vorm gebruikt wordt. Je vertelt er dan bij dat met een paar woorden extra ditzelfde bevel heel anders klinkt. Dat het niet meer als bevel overkomt en ook geen bevel meer is, maar een uitnodiging.  Als de juf zegt: “Ga rechtop zitten!” is dat duidelijk iets wat moet, een bevel. Maar als de juf zegt: “Ga maar even zitten.’’ klinkt het anders en is het ook anders bedoeld, namelijk als een uitnodiging. Ook bespreek je wie er bevelen mag geven of wie dat over het algemeen doet.
 
Interculturele vergelijking kan tot begrip leiden.
 
Als je dit gaat vergelijken binnen culturen, kun je bijvoorbeeld kijken naar hoe we met bevelen omgaan. Wie geven bevelen? Hoe zijn deze bedoeld? Een voorbeeld. In Madrid zeiden we tegen de ober: “Geef me een koffie!”. Als we dit in Nederland zouden doen, is de kans groot dat de koffie in onze schoot beland. Ook hier in Curacao gaan ze anders om met  bevelen. Toen wij nog niet heel lang in Curaçao woonden, ging ik als vrijwilliger lesgeven aan kinderen in achterstandswijken. In het begin moest ik erg wennen aan de voor mij ‘dwingende’, bevelende manier waarop dingen werden gevraagd. Dat dit deel van de cultuur hier is, leer ik later. Vaak wordt gekozen voor zinnen met één of twee woorden. Door deze zogenaamde interculturele vergelijking, leverde dit verder voor mijn geen problemen meer op. Tenzij kinderen gewoonweg brutaal waren, maar dat is universeel.
 
 
Taalonderwijs zonder aandacht voor de cultuur
is als taalonderwijs zonder aandacht voor grammatica.
Digidact, 31 juli 2018.
 
Als leerkracht is het je taak om bij te dragen aan de culturele bewustwording van leerlingen. Hiernaast is het je taak om ze kennis en vaardigheden aan te leren om de taal én cultuur te kunnen gebruiken. Ze moeten bijvoorbeeld niet alleen leren hoe een vraagzin te maken, maar moeten ook leren wanneer en hoe je vragen stelt. Ze moeten niet alleen de beleefdheidsvormen van de taal kennen, maar ze moeten bovendien ook weten hoe zich te gedragen op bijvoorbeeld een verjaardagsfeest of op een andere voor die cultuur belangrijke festiviteit.
 
Nog een voorbeeld. De eerste keer dat ik op een verjaardagsborrel was toen we op Aruba woonden, verwachte ik iets anders aan te treffen dan de praktijk. Het werd voorgedaan of het een groot feest was. Voor hen klopte dit. Ik dacht aan lekker dansen, een door mij ingebeelde Caribische sfeer en mengen met nieuwe mensen op ‘míjn manier’. In de praktijk zaten we allemaal in een kring (hé dat lijkt bekend…) naar elkaar te kijken, stonden wat mensen aan een borreltafel, was het verplicht bolo (taart) eten en ook veel BBQ-achtig eten. Het feest lijkt te draaien om zoveel mogelijk eten en voor sommige mensen ook zoveel mogelijk drinken. Een cadeau geef je, maar wordt niet uitgepakt. Dansen doe je alleen maar als anderen dansen, wat ditmaal in ieder geval niet gebeurde. Bijzonder dat ik het me zo anders had voorgesteld.
 
Voor een leerling kan het in de toekomst belangrijk zijn, om te weten dat in Nederland het cadeau wat je hebt meegebracht direct wordt opengemaakt. En dit zeker niet een teken van hebzucht of disrespect is, maar een gewoonte van Nederlanders op een verjaardagsfeest.
 
Er is ook gebleken uit onderzoek (o.a. Sercu 2005) dat het ontwikkelen van een positieve houding het meest basaal en daardoor het meest belangrijk is bij het aanleren van een taal. De meeste aandacht in het onderwijs van taal en cultuur gaat nog steeds uit naar kennis en vaardigheden en niet naar de houding ten opzichte van de andere taal en cultuur.
 
Je kunt cultuur, binnen het taalonderwijs, op drie wijzen benaderen:
 
Cultuur als gedrag. Dit is cultuur die je direct kunt waarnemen. Wat eten Nederlanders (bijvoorbeeld aardappelen, groente en vlees), wat is belangrijk (bijvoorbeeld het Koningshuis), hoe vieren we kerst (bijvoorbeeld eten met familie) en hoe wij cadeaus uitpakken op een verjaardag.
 
Cultuur als een verzameling van waarden. De culturele waarden drukken uit dat wat de groep goed vindt en wat niet, wat mag en wat niet mag. Deze culturele waarden vormen samen de manier van denken en de visie op de wereld die bij deze cultuur hoort. Cultuur in deze zin wordt aangeleerd tijdens de opvoeding. Dit stuk van cultuur is lastig als je een nieuwe cultuur leert kennen: deze waarden zijn namelijk onzichtbaar voor de buitenwereld, groot in aantal en erg bepalend. De meeste mensen zijn zich (meestal) niet van die waarden bewust.Voorbeelden hiervan zijn: ideeën over vrijheid, gelijkheid, tolerantie, over relaties tussen mensen, hoe de rol van familie in je leven moet zijn, hoe je met geld moet omgaan, hoe je oudere mensen moet behandelen, wat de juiste manier is om kinderen op te voeden, wat goed onderwijs is, wat een goede docent is, etc.
 
Cultuur in de zin van de producten van kunst en wetenschap. Voor Nederland zijn dat bijvoorbeeld schilders zoals Rembrandt en Van Gogh, schrijvers als Vondel en Mulisch en architecten als Rietveld en Koolhaas. Ook de periode ‘de zeventiende eeuw’ en moderner zoals rapper Ali B. en Marco Borsato.
 
Veel lesmateriaal en teksten uit NTC-onderwijs zijn geschreven vanuit het perspectief van het onderwijs dat in het land van de auteur wordt gegeven. Hierbij wordt dus uitgegaan van de normen en waarden van het land van herkomst: Nederland. Vaak impliciet en dus onzichtbaar. Het kan er bijvoorbeeld vanuit gaan dat iedereen gelijke kansen moet krijgen, of dat de leraar vertelt en de leerling luistert, etc. Dit kan niet allen voor misverstanden zorgen, maar ook voor verwarring bij leerlingen die Nederlands als vreemde taal leren. Culturele botsingen en onbegrip liggen voor de hand.
 
Deze ‘’nationalisering’’ van lesmateriaal is een van de redenen waarom Dutch for Children and more… geen kant-en-klare lespakketten gebruikt, maar de lessen op o.a. cultuurvlak op maat worden gemaakt. Daar waar Nederlandse methoden worden gebruikt, worden ook deze aangepast aan de achtergrond en culturele beleving van de leerling. 
 
Als een leerling bijvoorbeeld niet gewend is om zelfstandig te werken en zelf actief op zoek te gaan antwoorden op vragen, kun je niet verwachten dat zo een leerling dit ‘’nieuwe leren op zijn Nederlands’’ zomaar oppikt. Je zult zo een leerling meer bij de hand moeten nemen en hem eerst van informatie moeten voorzien.  Wellicht moet je als leerkracht de eerste periode meer leider dan begeleider zijn. Zo past de ene werkvorm ook beter bij die ene leerling dan bij die ander, afhankelijk van hun achtergrond.
 
Dit merk je ook aan klassenregels. Nu is er bij Dutch for Children and more… online geen sprake van een klas zoals we dit klassiek kennen, maar (ongeschreven) regels gelden hier ook. Nederlandstalige leerlingen die voor een groot deel in Nederland zijn opgevoed hanteren (onbewust) voor een groot deel de Nederlandse normen en waarden als ze les bij Dutch for Children and more… hebben. Ze kunnen bijvoorbeeld goed aangeven als ze iets niet leuk vinden, of zelf een werkvorm willen kiezen om te oefenen. Nederlandstalige kinderen met de opvoeding elders hebben soms andere normen en waarden overgenomen. Zij zullen bijvoorbeeld niet zo snel vertellen dat ze iets niet leuk vinden, rustig en bijna ‘ernstig’ beleefd afwachten wat ze gaan doen.
 
Mooi om te zien én bewust van te zijn. Als leerkracht is dit uiteraard net zo belangrijk als het (her)kennen van de andere taal die deze leerlingen spreken.
 
De cultuur is wat er overblijft als je alles vergeten bent wat je geleerd hebt.
Selma Lagerlöf, Zweeds schrijfster en Nobelprijswinnaar (1909) 1858-1940
 
Hoe kun je nu leerlingen bewust maken van cultuurverschillen om eventuele culturele botsingen in de praktijk te voorkomen?
 
Allereerst door leerlingen bewust te laten worden van hun eigen cultuur. Samen met hen te kijken naar hun cultuur vanaf een afstandje. Vragen stellen zoals: “Hoe vieren we feesten, wat eten we graag en wat niet? Hoe denken wij over gelijkheid en welke muzikanten hebben ons beroemd gemaakt in de wereld?’’. De culturele waarden zijn het lastigste om boven tafel te krijgen en worden misschien duidelijker aan de hand van een voorbeeld.
 
Vorig jaar zocht ik een kantoor van mijn internetprovider UTS in de stad. Ik kon het op de kaart niet goed vinden en ook in de stad kwam ik er niet helemaal uit. Ik vroeg aan iemand in de bank waar ik van dacht dat het dichtbij zou zijn: ‘Is hier in de buurt een kantoor van UTS?’ De man zegt: ‘Ja, dat moet hier vlakbij zijn.’ Na een half uur rondlopen en verder rondvragen blijkt dit kantoor helemaal niet in deze buurt te zijn. Wat is er aan de hand? De meneer zei toch ‘Ja’?
 
Vanuit onze Nederlandse cultuur ga je er vanuit dat de informatie die je krijgt bij ja/nee vragen, betrouwbaar is. Zo is dat in onze cultuur. Ik weet vanuit hun cultuur dat de man in de bank  mij graag wilde helpen. Ook wilde hij misschien niet de indruk wekken dat hij het helemaal niet weet. Dan heeft hij me niet geholpen. Oplossing: de volgende keer stel ik een open vraag: ‘Waar is het kantoor van UTS?’
 
Het maken van een vergelijking tussen de eigen en nieuwe cultuur is vervolgens een hele mooie manier om verschillen én overeenkomsten in beeld te krijgen. Maar hoe kunnen we vergelijken: wat kunnen we zeggen over onze Nederlandse cultuur? Over die verborgen normen en waarden onder het topje van de ijsberg zoals Sinterklaas?
 
 
 
 
 
Hieronder noem ik enkele ‘verborgen’ normen en waarden die de Nederlandse cultuur onderscheidt van andere culturen:
 
We zijn vrij en gaan losjes en informeel met elkaar om. Echter, kom niet onaangekondigd rond etenstijd langs en verwacht dat je uitgenodigd wordt om mee te eten.. Dan zijn we minder vrij. We houden van onze agenda’s en plannen sociale afspraken ver vooruit in.
Calvinisme viert hoogtij onder de Nederlanders: “Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.’’
Een Nederlander geeft graag zijn of haar mening. Nederlanders worden niet voor niets gezien als mensen die zich graag met anderen bemoeien.
Nederlanders houden van op tijd komen: punctualiteit staat te boek als een zeer goede kwaliteit en teken van o.a. respect.
 
Als laatste ter bewustwording om culturele botsingen voor te zijn, help je de leerlingen denken over hoe ze om willen gaan met de verschillende culturen. Wat neem je over en wat niet? Het mooiste is natuurlijk als leerlingen hierin hun eigen lijn kunnen volgen en zorgen dat ze niet hun eigenheid verliezen. Hierbij is de houding ten opzichte van eigen land en gastland van groot belang. Hoe positiever leerlingen en ouders openstaan voor andere culturen en met name die van de taal die ze leren, hoe gemakkelijker die taal eigen wordt gemaakt.
 
De mate van cultural awareness bepaalt mede het succes
van het aanleren of bijhouden van de Nederlandse taal.
Wendy van Dalen, directeur en leerkracht
 
Een mooie uitspraak van een collega NT2-docent: de leerkracht is de bemiddelaar tussen de te leren taal en cultuur en de taal en cultuur van de studenten. De leerkracht moet laten zien hoe taal en cultuur samenhangen en hoe er culturele misverstanden kunnen optreden. Hij moet de leerlingen naar interculturele competentie leiden.
 
Wil je meer weten over de Nederlandse taal en cultuur neem dan contact op via dutchforchildren@gmail.com
 
Wil je meer lezen over Nederlands als tweede taal, meertaligheid of meertalig opvoeden, lees dan ook deze artikelen op:
 
Help! Hoe gaat met een nieuw taal? https://www.dutchforchildren.nl/news-/help-hoe-gaat-dat-met-een-nieuwe-taal/ 
 
Meertaligheid, hoe zit het nu eigenlijk? https://www.dutchforchildren.nl/news-/meertaligheid-hoe-zit-het-nu-eigenlijk/
 
 
Literatuur
 
Claes, M-T. en Gerritsen M. (2007), Culturele waarden en communicatie in internationaal perspectief. Amsterdam: Coutinho, ISBN 9789046903049
 
Hofstede, G. en G. Hofstede (2005), Allemaal Andersdenkenden. Omgaan met cultuurverschillen. Amsterdam: Uitgeverij Contact, ISBN 9789025426811.
 
Februari 2016. “Beïnvloedt de taal die wij spreken de manier waarop we denken?” Geraadpleegd van https://www.spatonline.nl
 
Module interculturaliteit in het taalonderwijs. Laatst geraadpleegd op 3 september 2018 van https://digidact.org
 
Nederlandse normen en waarden. Laatst geraadpleegd op 11 september 2018 van https://normenenwaarden.org/uncategorized/nederlandse-normen-en-waarden.php
 
Meer lezen
 
Brooks, N. (1986). Culture in the classroom. In: Culture Bound, Bridging the cultural gap in language teaching, Cambridge: Cambridge University Press, ISBN 0521310458.
 
Baalen, C. (2003), Ludo Beheydt, Alice van Kalsbeek, Cultuur in taal, Interculturele vaardigheden voor docenten Nederlands aan anderstaligen, Utrecht: NCB, ISBN 905517419X.
 
Quist, G. (2007). Taal, cultuur en interculturele communicatie: tekst als cultuurtekst in de NVT-klas. In: Neerlandistiek in contrast, Bijdragen aan het Zestiende Colloquium Neerlandicum, Amsterdam: Rozenberg Publishers, ISBN 9789051709612.
Nederlandse (online) scholen in het buitenland geven kinderen overal ter wereld onderwijs: Nederlandse Taal en Cultuuronderwijs. Ook wel NTC genaamd. Een bekende term voor expats en mensen die zijn geëmigreerd.
 
Bij het Nederlandse Taalaspect (NT) heeft iedereen over het algemeen wel beeld: namelijk het Nederlands leren of op peil houden als je in het buitenland woont of gaat (re)emigreren naar Nederland. Maar waar staat het Cultuuraspect (C) nu eigenlijk voor? Anders dan het rondom de decembertijd tijdens de lessen over Sinterklaas en pepernoten hebben.
 
Als je bezig bent met het onderwijzen van taal, ben je vanzelfsprekend bezig met het onderwijs van de cultuur van de groep die díe taal spreekt.
 
 
''Cultuur is de collectieve mentale programmering die de leden van één groep of categorie mensen onderscheidt van die van andere'' (Hofstede 2005). Deze cultuur is niet aangeboren. Wij leren cultuur aan in de sociale omgeving waarin we opgroeien. Namelijk in ons gezin, op straat, op school en op het werk. Deze cultuur blijft niet steeds hetzelfde, maar verandert regelmatig. Bedenk bijvoorbeeld maar hoe wij nog niet zo lang geleden zelf met onze vrienden op school praatten en hoe dit anno nú veelal via social media gebeurt.
 
Kortom: als je lesgeeft in een taal, is dit niet los te koppelen van de cultuur. Cultuur en taal zijn onderling zo verweven, dat je het één niet kan onderwijzen zonder het ander. 
 
Bijvoorbeeld: als je leerlingen de gebiedende wijs uitlegt, vertel je als leerkracht er ook bij hoe en wanneer deze vorm gebruikt wordt. Je vertelt er dan bij dat met een paar woorden extra ditzelfde bevel heel anders klinkt. Dat het niet meer als bevel overkomt en ook geen bevel meer is, maar een uitnodiging.  Als de juf zegt: “Ga rechtop zitten!” is dat duidelijk iets wat moet, een bevel. Maar als de juf zegt: “Ga maar even zitten.’’ klinkt het anders en is het ook anders bedoeld, namelijk als een uitnodiging. Ook bespreek je wie er bevelen mag geven of wie dat over het algemeen doet.
 
Interculturele vergelijking kan tot begrip leiden.
 
Als je dit gaat vergelijken binnen culturen, kun je bijvoorbeeld kijken naar hoe we met bevelen omgaan. Wie geven bevelen? Hoe zijn deze bedoeld? Een voorbeeld. In Madrid zeiden we tegen de ober: “Geef me een koffie!”. Als we dit in Nederland zouden doen, is de kans groot dat de koffie in onze schoot beland. Ook hier in Curacao gaan ze anders om met  bevelen. Toen wij nog niet heel lang in Curaçao woonden, ging ik als vrijwilliger lesgeven aan kinderen in achterstandswijken. In het begin moest ik erg wennen aan de voor mij ‘dwingende’, bevelende manier waarop dingen werden gevraagd. Dat dit deel van de cultuur hier is, leer ik later. Vaak wordt gekozen voor zinnen met één of twee woorden. Door deze zogenaamde interculturele vergelijking, leverde dit verder voor mijn geen problemen meer op. Tenzij kinderen gewoonweg brutaal waren, maar dat is universeel.
 
Taalonderwijs zonder aandacht voor de cultuur
is als taalonderwijs zonder aandacht voor grammatica.
Digidact, 31 juli 2018.
 
Als leerkracht is het je taak om bij te dragen aan de culturele bewustwording van leerlingen. Hiernaast is het je taak om ze kennis en vaardigheden aan te leren om de taal én cultuur te kunnen gebruiken. Ze moeten bijvoorbeeld niet alleen leren hoe een vraagzin te maken, maar moeten ook leren wanneer en hoe je vragen stelt. Ze moeten niet alleen de beleefdheidsvormen van de taal kennen, maar ze moeten bovendien ook weten hoe zich te gedragen op bijvoorbeeld een verjaardagsfeest of op een andere voor die cultuur belangrijke festiviteit.
 
Nog een voorbeeld. De eerste keer dat ik op een verjaardagsborrel was toen we op Aruba woonden, verwachte ik iets anders aan te treffen dan de praktijk. Het werd voorgedaan of het een groot feest was. Voor hen klopte dit. Ik dacht aan lekker dansen, een door mij ingebeelde Caribische sfeer en mengen met nieuwe mensen op ‘míjn manier’. In de praktijk zaten we allemaal in een kring (hé dat lijkt bekend…) naar elkaar te kijken, stonden wat mensen aan een borreltafel, was het verplicht bolo (taart) eten en ook veel BBQ-achtig eten. Het feest lijkt te draaien om zoveel mogelijk eten en voor sommige mensen ook zoveel mogelijk drinken. Een cadeau geef je, maar wordt niet uitgepakt. Dansen doe je alleen maar als anderen dansen, wat ditmaal in ieder geval niet gebeurde. Bijzonder dat ik het me zo anders had voorgesteld.
 
Voor een leerling kan het in de toekomst belangrijk zijn, om te weten dat in Nederland het cadeau wat je hebt meegebracht direct wordt opengemaakt. En dit zeker niet een teken van hebzucht of disrespect is, maar een gewoonte van Nederlanders op een verjaardagsfeest.
 
Er is ook gebleken uit onderzoek (o.a. Sercu 2005) dat het ontwikkelen van een positieve houding het meest basaal en daardoor het meest belangrijk is bij het aanleren van een taal. De meeste aandacht in het onderwijs van taal en cultuur gaat nog steeds uit naar kennis en vaardigheden en niet naar de houding ten opzichte van de andere taal en cultuur.
 
Je kunt cultuur, binnen het taalonderwijs, op drie wijzen benaderen:
  1. Cultuur als gedrag. Dit is cultuur die je direct kunt waarnemen. Wat eten Nederlanders (bijvoorbeeld aardappelen, groente en vlees), wat is belangrijk (bijvoorbeeld het Koningshuis), hoe vieren we kerst (bijvoorbeeld eten met familie) en hoe wij cadeaus uitpakken op een verjaardag.
  2. Cultuur als een verzameling van waarden. De culturele waarden drukken uit dat wat de groep goed vindt en wat niet, wat mag en wat niet mag. Deze culturele waarden vormen samen de manier van denken en de visie op de wereld die bij deze cultuur hoort. Cultuur in deze zin wordt aangeleerd tijdens de opvoeding. Dit stuk van cultuur is lastig als je een nieuwe cultuur leert kennen: deze waarden zijn namelijk onzichtbaar voor de buitenwereld, groot in aantal en erg bepalend. De meeste mensen zijn zich (meestal) niet van die waarden bewust.Voorbeelden hiervan zijn: ideeën over vrijheid, gelijkheid, tolerantie, over relaties tussen mensen, hoe de rol van familie in je leven moet zijn, hoe je met geld moet omgaan, hoe je oudere mensen moet behandelen, wat de juiste manier is om kinderen op te voeden, wat goed onderwijs is, wat een goede docent is, etc.
  3. Cultuur in de zin van de producten van kunst en wetenschap. Voor Nederland zijn dat bijvoorbeeld schilders zoals Rembrandt en Van Gogh, schrijvers als Vondel en Mulisch en architecten als Rietveld en Koolhaas. Ook de periode ‘de zeventiende eeuw’ en moderner zoals rapper Ali B. en Marco Borsato.
Veel lesmateriaal en teksten uit NTC-onderwijs zijn geschreven vanuit het perspectief van het onderwijs dat in het land van de auteur wordt gegeven. Hierbij wordt dus uitgegaan van de normen en waarden van het land van herkomst: Nederland. Vaak impliciet en dus onzichtbaar. Het kan er bijvoorbeeld vanuit gaan dat iedereen gelijke kansen moet krijgen, of dat de leraar vertelt en de leerling luistert, etc. Dit kan niet allen voor misverstanden zorgen, maar ook voor verwarring bij leerlingen die Nederlands als vreemde taal leren. Culturele botsingen en onbegrip liggen voor de hand.
 
Deze ‘’nationalisering’’ van lesmateriaal is een van de redenen waarom Dutch for Children and more… geen kant-en-klare lespakketten gebruikt, maar de lessen op o.a. cultuurvlak op maat worden gemaakt. Daar waar Nederlandse methoden worden gebruikt, worden ook deze aangepast aan de achtergrond en culturele beleving van de leerling. 
 
Als een leerling bijvoorbeeld niet gewend is om zelfstandig te werken en zelf actief op zoek te gaan antwoorden op vragen, kun je niet verwachten dat zo een leerling dit ‘’nieuwe leren op zijn Nederlands’’ zomaar oppikt. Je zult zo een leerling meer bij de hand moeten nemen en hem eerst van informatie moeten voorzien.  Wellicht moet je als leerkracht de eerste periode meer leider dan begeleider zijn. Zo past de ene werkvorm ook beter bij die ene leerling dan bij die ander, afhankelijk van hun achtergrond.
 
Dit merk je ook aan klassenregels. Nu is er bij Dutch for Children and more… online geen sprake van een klas zoals we dit klassiek kennen, maar (ongeschreven) regels gelden hier ook. Nederlandstalige leerlingen die voor een groot deel in Nederland zijn opgevoed hanteren (onbewust) voor een groot deel de Nederlandse normen en waarden als ze les bij Dutch for Children and more… hebben. Ze kunnen bijvoorbeeld goed aangeven als ze iets niet leuk vinden, of zelf een werkvorm willen kiezen om te oefenen. Nederlandstalige kinderen met de opvoeding elders hebben soms andere normen en waarden overgenomen. Zij zullen bijvoorbeeld niet zo snel vertellen dat ze iets niet leuk vinden, rustig en bijna ‘ernstig’ beleefd afwachten wat ze gaan doen.
 
Mooi om te zien én bewust van te zijn. Als leerkracht is dit uiteraard net zo belangrijk als het (her)kennen van de andere taal die deze leerlingen spreken.
 
De cultuur is wat er overblijft als je alles vergeten bent wat je geleerd hebt.
Selma Lagerlöf, Zweeds schrijfster en Nobelprijswinnaar (1909) 1858-1940
 
Hoe kun je nu leerlingen bewust maken van cultuurverschillen om eventuele culturele botsingen in de praktijk te voorkomen?
 
Allereerst door leerlingen bewust te laten worden van hun eigen cultuur. Samen met hen te kijken naar hun cultuur vanaf een afstandje. Vragen stellen zoals: “Hoe vieren we feesten, wat eten we graag en wat niet? Hoe denken wij over gelijkheid en welke muzikanten hebben ons beroemd gemaakt in de wereld?’’. De culturele waarden zijn het lastigste om boven tafel te krijgen en worden misschien duidelijker aan de hand van een voorbeeld.
 
Vorig jaar zocht ik een kantoor van mijn internetprovider (UTS) in de stad. Ik kon het op de kaart niet goed vinden en ook in de stad kwam ik er niet helemaal uit. Ik vroeg aan iemand in de bank waar ik van dacht dat het dichtbij zou zijn: ‘Is hier in de buurt een kantoor van UTS?’ De man zegt: ‘Ja, dat moet hier vlakbij zijn.’ Na een half uur rondlopen en verder rondvragen blijkt dit kantoor helemaal niet in deze buurt te zijn. Wat is er aan de hand? De meneer zei toch ‘Ja’?
 
Vanuit onze Nederlandse cultuur ga je er vanuit dat de informatie die je krijgt bij ja/nee vragen, betrouwbaar is. Zo is dat in onze cultuur. Ik weet vanuit hun cultuur dat de man in de bank  mij graag wilde helpen. Ook wilde hij misschien niet de indruk wekken dat hij het helemaal niet weet. Dan heeft hij me niet geholpen. Oplossing: de volgende keer stel ik een open vraag: ‘Waar is het kantoor van UTS?’
 
Het maken van een vergelijking tussen de eigen en nieuwe cultuur is vervolgens een hele mooie manier om verschillen én overeenkomsten in beeld te krijgen. Maar hoe kunnen we vergelijken: wat kunnen we zeggen over onze Nederlandse cultuur? Over die verborgen normen en waarden onder het topje van de ijsberg zoals Sinterklaas?
 
Hieronder noem ik enkele ‘verborgen’ normen en waarden die de Nederlandse cultuur onderscheidt van andere culturen:
  • We zijn vrij en gaan losjes en informeel met elkaar om. Echter, kom niet onaangekondigd rond etenstijd langs en verwacht dat je uitgenodigd wordt om mee te eten.. Dan zijn we minder vrij. We houden van onze agenda’s en plannen sociale afspraken ver vooruit in.
  • Calvinisme viert hoogtij onder de Nederlanders: “Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.’’
  • Een Nederlander geeft graag zijn of haar mening. Nederlanders worden niet voor niets gezien als mensen die zich graag met anderen bemoeien.
  • Nederlanders houden van op tijd komen: punctualiteit staat te boek als een zeer goede kwaliteit en teken van o.a. respect.
Als laatste ter bewustwording om culturele botsingen voor te zijn, help je de leerlingen denken over hoe ze om willen gaan met de verschillende culturen. Wat neem je over en wat niet? Het mooiste is natuurlijk als leerlingen hierin hun eigen lijn kunnen volgen en zorgen dat ze niet hun eigenheid verliezen. Hierbij is de houding ten opzichte van eigen land en gastland van groot belang. Hoe positiever leerlingen en ouders openstaan voor andere culturen en met name die van de taal die ze leren, hoe gemakkelijker die taal eigen wordt gemaakt.
 
De mate van cultural awareness bepaalt mede het succes
van het aanleren of bijhouden van de Nederlandse taal.
 Wendy van Dalen, directeur en leerkracht (2018).
 
Een mooie uitspraak van een collega NT2-docent als slot: de leerkracht is de bemiddelaar tussen de te leren taal en cultuur en de taal en cultuur van de studenten. De leerkracht moet laten zien hoe taal en cultuur samenhangen en hoe er culturele misverstanden kunnen optreden. Hij moet de leerlingen naar interculturele competentie leiden.
 
Wil je meer weten over de Nederlandse taal- en cultuurlessen neem dan contact op via dutchforchildren@gmail.com of kijk en lees hier hoe het werkt met online NTC-lessen.
 
Wil je meer lezen over Nederlands als tweede taal, meertaligheid of meertalig opvoeden, lees dan ook deze artikelen op deze website:
En volg ook a.u.b. onze Facebookpagina met iedere week taaltips, informatie over de Nederlandse taal en cultuur en leuke spellen en weetjes voor kinderen.
 
Literatuur

Claes, M-T. en Gerritsen M. (2007), Culturele waarden en communicatie in internationaal perspectief. Amsterdam: Coutinho, ISBN 9789046903049

Hofstede, G. en G. Hofstede (2005), Allemaal Andersdenkenden. Omgaan met cultuurverschillen. Amsterdam: Uitgeverij Contact, ISBN 9789025426811.

Februari 2016. “Beïnvloedt de taal die wij spreken de manier waarop we denken?” Geraadpleegd van https://www.spatonline.nl

Module interculturaliteit in het taalonderwijs. Laatst geraadpleegd op 3 september 2018 van https://digidact.org

Nederlandse normen en waarden. Laatst geraadpleegd op 11 september 2018 van https://normenenwaarden.org/uncategorized/nederlandse-normen-en-waarden.php

Meer lezen
 
Brooks, N. (1986). Culture in the classroom. In: Culture Bound, Bridging the cultural gap in language teaching, Cambridge: Cambridge University Press, ISBN 0521310458.
 
Baalen, C. (2003), Ludo Beheydt, Alice van Kalsbeek, Cultuur in taal, Interculturele vaardigheden voor docenten Nederlands aan anderstaligen, Utrecht: NCB, ISBN 905517419X.
 
Quist, G. (2007). Taal, cultuur en interculturele communicatie: tekst als cultuurtekst in de NVT-klas. In: Neerlandistiek in contrast, Bijdragen aan het Zestiende Colloquium Neerlandicum, Amsterdam: Rozenberg Publishers, ISBN 9789051709612.