Nederlandse uitdrukkingen en gezegden zijn figuurlijk taalgebruik. In de Nederlandse taal wordt best vaak figuurlijk taalgebruik toegepast. Dit kan voor kinderen verwarrend zijn als ze hier nog niet aan toe zijn. Figuurlijk betekent dat er iets anders wordt bedoeld dan dat er staat.

Toch is figuurlijk taalgebruik een rijkdom in iedere taal en behoort het voor onze leerlingen vanaf ongeveer 10 jaar zeker tot onze Nederlandse taal-en cultuurlessen. Uiteraard passend bij hun leeftijd.

Wat is nu het verschil tussen een uitdrukking, spreekwoord en gezegde?

Een spreekwoord is een zin. Het is nooit een vraag. De zin staat altijd in de tegenwoordige tijd (in het nu) en bevat een wijsheid. Het wordt vaak figuurlijk bedoeld. Er wordt iets anders bedoeld dan wat er staat. In spreekwoorden gebruikt men vaak een beeld. Bijvoorbeeld: Men mag een gegeven paard niet in de bek kijken. Dit is uiteraard figuurlijk bedoeld. Het beteken dat als je een cadeau krijgt, er niet kritisch op moet zijn.

Gezegde: Een gezegde bevat vaak geen wijsheid. Ook is het geen zin, maar een zinsdeel. Het gezegde heeft geen letterlijke betekenis. Bijvoorbeeld: Met hart en ziel. Dit betekent: met volle inzet.

Uitdrukking: Uitdrukkingen lijken erg op gezegden, maar zijn wel een hele zin. Ook heeft een uitdrukking vaak een figuurlijk betekenis en bevat geen wijsheid. Bijvoorbeeld: Lachen als een boer met kiespijn. Dit betekent: (Mee)lachen terwijl je eigenlijk helemaal niet moet lachen.

plaatje van 3 kinderen horen zien zwijgen

Wanneer begrijpen kinderen Nederlandse uitdrukkingen en gezegden?

Kinderen, moedertaalleerders en NT2-leerlingen, moeten eerst over voldoende woordenschat beschikken.

Uitdrukkingen leer je als moedertaalspreker relatief laat. Je basiswoordenschat moet eerst groot genoeg zijn voor je aan het stuk figuurlijke betekenissen kunt beginnen. Ter vergelijking: de meeste mensen hebben rond 20 jaar een flinke basiswoordenschat verworven, terwijl dat voor uitdrukkingen pas rond hun 30 jaar het geval is. De basiswoordenschat is het letterlijke deel: woorden met hun letterlijke betekenis.

Vanaf zeven tot en met tien jaar maakt het kind kennis met de figuurlijke betekenis van woorden en begint het beeldspraak te begrijpen. Zoals bijvoorbeeld: Hij is een schat van een kind. Vanaf ongeveer tien jaar slagen kinderen erin om zich van de letterlijke betekenis los te maken. Dat is ook het moment dat zij Nederlandse uitdrukkingen en gezegden kunnen leren.

Het aanleren tijdens online lessen en thuis

Het aanleren werkt het makkelijkste als een spreekwoord of uitdrukking context heeft. Zo behandelen we graag dit soort zaken in een thema. Bijvoorbeeld als we het thema ‘eten’ behandelen dan koppelen we daar enkele spreekwoorden of gezegden aan. Bijvoorbeeld: De hond in de pot vinden. Met lange tanden eten. De kaas niet van het brood laten eten.

Een leuke wijze van aanbieden is ook door middel van een rebus. Je kunt deze zelf maken, of vinden op internet. Zie bijvoorbeeld deze rebus van 123lesidee.

Ook kent Nederland leuke spreekwoordenkwartetten, die je misschien zelf kan bestellen of familie kan laten meebrengen als je in het buitenland woont.

En als laatste tip: kies een spreekwoord van de week of maand en maak die visueel en talig aanwezig in jullie gezin.

rebus spreekwoorden

 

Een spreek-woordenboek: Zoeken naar…

Woorden. org geeft een overzicht en zoekfunctie: Een overzicht voor ouders en oudere kinderen die op zoek zijn naar een uitdrukking of gezegde.

Oefenmogelijkheden

Via internet vind je vele online oefenmogelijkheden. Het leukste is natuurlijk zoals we ook in onze lessen doen het zo praktisch toepasbaar te maken. Dus probeer in en om huis vaker uitdrukkingen of spreekwoorden te gebruiken. Lees je als ouder weer eens in of zoek een spreekwoord op, waarvan je denkt dat je dat makkelijk kunt gebruiken.

Enkele online mogelijkheden vind je hier:

Leuk om te lezen over figuurlijk taalgebruik

Ben je benieuwd hoe het zit met beeldspraak op de televisie, en of kinderen dat begrijpen? Lees dan zeker dit interessante artikel over Megamindy en haar series: “Megamoeilijk, die beeldspraak?’’

Online Nederlandse uitdrukkingen en gezegden in context leren?

Dat kan bij Dutch for Children zoals je eerder in deze blog las. Lees hier meer over de wijze waarop wij Nederlands als taal, maar ook een stuk cultuur aan kinderen leren. Mocht je vragen of interesse hebben, neem dan contact met ons op. We helpen je snel en graag!

Top 5 van spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden die kinderen snel leren

  1. Na regen komt zonneschijn. Dit betekent dat er na een periode van nare dingen, een betere tijd komt.
  2. Balen als een stekker betekent dat je iets echt niet leuk vindt en er genoeg van hebt.
  3. Iemand een koekje van eigen deeg geven. Dan pak je iemand aan op dezelfde manier waarop hijzelf anderen behandelt (meestal negatief).
  4. Over koetjes en kalfjes praten betekent over allerlei onbelangrijke dingen praten.
  5. Zich op glad ijs begeven. Dit betekent ‘iets gevaarlijks doen’.

Als er één schaap over de dam is, dan is het hek van de dam!

En, wie komt dit niet tegen? Dat je kind spreekwoorden en gezegden door elkaar haalt. In dit voorbeeld een grappige mix van: Als er één schaap over de dam is, dan volgen er meer. En: Het hek is van de dam. Welke grappige verhaspelingen maakt jouw kind?