Het Nederlands leren verloopt niet hetzelfde voor een kind in Azië als voor een kind in Europa: Een taal leer je niet overal op dezelfde manier!

Dit is het vervolg op de blog van twee weken geleden: Hoge-context versus lage-context communicatie.

De ene taal is makkelijker aan te leren dan de ander. Het leren van een taal in verschillende culturen is verschillend. Of je dit vanuit je Nederlandse cultuur kan begrijpen en oppikt, bepaalt mede het succes van het aanleren van de taal. Cultuur klinkt door in een taal en zeker niet alleen letterlijk.

Dit werd me nog duidelijker toen ouders hun ervaringen met Dutch for Children deelden. Het Nederlands leren verloopt niet helemaal hetzelfde voor een kind in Europa als voor een kind in Azië. Als Nederlanders hebben we duidelijk een andere communicatiestijl dan in Japan, China, Thailand of Indonesië.

Low- en high-context-talen

Nederlands is duidelijk een low-context-taal. In zo een low-context taal- en cultuur zal het bericht worden geïnterpreteerd door alleen de woorden en hun expliciete betekenis.

Bovendien is een low-context cultuur minder hecht. Daarom is het noodzakelijk dat meer expliciete informatie wordt opgenomen in het bericht.  Dit zodat het niet verkeerd wordt geïnterpreteerd.

In Japan, China, Indonesië (en in mindere mate in Thailand) is er sprake van een high-context-cultuur. Hierin worden berichten ook geïnterpreteerd met behulp van toon van de stem, gebaar, stilte of impliciete betekenis. Evenals met de context of situatie. De ontvanger zal naar verwachting de situatie, berichten en culturele normen moeten gebruiken om de boodschap te begrijpen.

Een high-context-cultuur is relationeel, collectivistisch, intuïtief en contemplatief. Groep boven individu én gericht op intermenselijke relaties. Vooral Aziatische en Arabische culturen zijn meesters in het overbrengen van informatie zonder veel of specifieke woorden te gebruiken.

Variaties binnen talen leren

Er zijn veel variaties in context. Hieronder een uitleg aan de hand van de taal Japans en de Japanse cultuur. Een cultuur hoeft namelijk niet 100% het één, of 100% het ander te zijn. Maar, wanneer je een cultuur en daarmee ook de taal wilt benoemen, is het een uitgangspunt.

Het Japans staat bijvoorbeeld bekend om zijn representatieve sociale structuur met allerlei registers. Er bestaan verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke variaties en de verschillende niveaus van rangen.

De taal kent drie taalniveaus: laag, gewoon en hoog. Laag gebruikt men tegenover sprekers van lagere rang, hoog tegenover hoger geplaatsten. Dus tegen vrienden spreek je met een ander type Japans dan tegenover je werkgever. De taalniveaus kun je ook beleefdheidsvormen noemen.

Nog meer verschillen

Bovendien is er verschil tussen zakelijk Japans en de normale spreektaal. Bij zakelijk Japans gebruik je Keigo, wat een erg formele taalvorm is. Wanneer je over jezelf spreekt of de organisatie, dan gebruik je andere werkwoorden dan wanneer je het over een ander hebt. Ook al gaat het over precies hetzelfde.

Japan kent verder nog een Senpai en Kohai systeem. Dit betekent senior en junior. Dit komt in organisaties veel voor, maar ook privé in vriendengroepen of clubs. De Kohai (junior) moet met meer respect omgaan met de Senpai dan andersom.

Als laatste. Erg interessant voor ons als ouders: Er bestaat een aparte kindertaal die aparte werkwoorden vereisen. Deze taal wordt alleen tegen kinderen gesproken en niet tegen volwassenen.

Meer ervaringen van wereldvrouwen uit Azië over een taal niet op dezelfde manier leren

Een ander voorbeeld uit de praktijk, is het kind dat al langer in China woont. Je kunt ze vragen of ze de uitleg hebben begrepen. Echter, als ze ‘ja’ zeggen weet je nog niet zeker of dat zo is. Ze kunnen uit beleefdheid ‘ja’ zeggen, omdat ze je bijvoorbeeld niet willen belasten met extra uitleg of misschien bang zijn je te beledigen. Je moet dan doorvragen, om zeker te weten of ze het snappen. Beter is om die vraag helemaal niet te stellen en er door middel van een quiz of oefening achter te komen.

In Japan zullen kinderen ook altijd ‘ja’ zeggen op vragen zoals: ’Begrijp je het?’, ‘Heb je geleerd?’ e.d. Een moeder gaf het voorbeeld dat kinderen op school altijd zeggen dat ze geen tijd voor hun huiswerk hadden, in plaats van dat ze het niet begrepen.

Thailand

In Thailand is de taal ook zo anders. De meeste internationale kinderen leren hierdoor (naast hun eigen taal) vooral Engels. Dit komt voornamelijk door internationale opvang en internationale scholing. Thais is echt een hele andere taal, het kent een ander alfabet en ze spreken het ook met verschillende toonhoogtes. Een woord kan vijf verschillende betekenissen hebben. Dat is afhankelijk van hoe je het uitspreekt. In Thailand ga je ook niet tegen de leerkracht in en beantwoord je vragen sociaal wenselijk.

Nederlandse kinderen leren in Thailand anders communiceren dan dat ze in Nederland zouden leren. De stijl lijkt mijlen ver weg van onze stijl: indirect en via een omweg. Een opvallend voorbeeld hiervan is dat zoonlief diplomatiek vraagt of zijn moeder misschien zin heeft in een koekje, terwijl hij dat zelf wil, maar deze wijze van communiceren ‘gebruikt’ als opstap naar… Of het voorbeeld van een werknemer die informeert bij zijn baas wat zijn plannen voor de  vakantie zijn, om aan te geven dat hij zelf toe is aan vakantie.

Tenslotte

Kinderen die in deze contexten een taal leren, leren meer dan alleen woorden met hun expliciete betekenissen zoals in Nederland. Ze leren tevens de onbesproken zaken, de sociale benadering en een duidelijke vorm van diplomatie. Eigenschappen die in Nederland opgegroeide kinderen niet kennen. Dit is uiteraard ook direct van invloed op de wijze van benaderen van deze kinderen. Bij ‘terugkomst’ in Nederland kan dit helaas voor behoorlijk onbegrip leiden. Zie ook onze blog hierover.