AND MORE...

Dutch for Children and more





+599 95105171
w: www.dutchforchildren.nl
e: dutchforchildren@gmail.com

Gratis proefles! Neem hier contact op.

Online lessenLessons online. Voor een impressie. Get an impression.

 

 

 

 

Reviews van ouders en leerlingen. Reviews from parents and students.

Kijk ook op Facebook voor het laatste nieuws.

 
En informeer hier naar onze feestelijke december tarieven!

 

 

Vakantie

De zomervakantie komt eraan. De meeste kinderen hebben lang vakantie. Naar aanleiding van een poll op Facebook, geef ik via onze Facebookpagina hier wekelijks tips om op een leuke manier het Nederlands bij te houden.
 
Tip 5: Ontdek de wereld met je kinderen!
Hoe kan een insect op het water lopen? Waar is haargel van gemaakt? Wat gebeurt er als je via een spiegel voor je in een andere spiegel kijkt én waarom? 
 
Kijk op  http://www.proefjes.nl  één van mijn favoriete sites! Vele leuke proefjes en experimenten. Met vragen en uitleg.
Ook kun je voor 'weetjes jagers' Willem Wever raadplegen. Hier kun je allerlei vragen en weetjes opzoeken, erover praten of dingen uitproberen.
 
In veel landen heb je ook ontdek- musea. In Nederland zijn dit de leuksten:
- Nederlands Instituut voor Beeld en geluid in Hilversum is een aanrader!
- Nemo Nationaal Science Center in Amsterdam
- Naturalis in Leiden
- Corpus in Leiden
- Nederlands Watermuseum in Arnhem
 
Tip 4 Een reisdagboek
Laat je kinderen een reisdagboek bijhouden. Direct een leuke herinnering aan jullie vakantie of uitstapjes. “Mijn kind doet dat nooit’’……? Lees dan onderaan het bericht de anekdote over mijn jongste, toen 10 jaar oud, op reis in Zuid-Afrika.
 
Schrijf iedere dag kort met ze wat jullie hebben gedaan of gezien, of laat ze er één ding uitkiezen. Sommige kinderen moeten even op verhaal komen. Je kunt ze helpen met erover praten. Sommige kinderen vinden een Scratchbook maken/ bijhouden leuker. Dat kan natuurlijk ook, als ze er ook maar een beetje bij schrijven.
 
Voor de jongsten: laat ze dingen tekenen of dingen plakken die ze ergens aan herinneren. Jij helpt ze met de datum erboven zetten, zodat ze zien en leren hoe het bijhouden van een dagboek of journal werkt. Als ze woorden kennen kun je ze er een woord bij laten schrijven. 
 
Je kunt een schrift gebruiken of een speciaal reisdagboek of Scratchbook kopen. Online en in de meeste boekenwinkels vind je een ruim aanbod.
 
Onze kinderen op reis in Zuid-Afrika.
Voor onze reis hadden we de kinderen een reisdagboek cadeau gegeven. Iedereen was opgewonden over wat we zouden beleven en zien en dat leek ons een mooie kans. Oudste was erg enthousiast, de jongste minder. En juist voor hem hadden we dit ‘projectje’ bedacht. Mede om die reden én het feit dat ik schrijven eigenlijk erg leuk vind, kocht ik voor mijn man en mezelf ook een schrift. Zo gingen we iedere dag even met z’n allen schrijven, tekenen en plakken. Voor de jongste eerst een ‘must’ en daarna werd het een ritueel. Vol trots kwam hij iedere dag laten zien wat hij had geschreven of getekend. Op een avond toen we allemaal erg moe waren van een lange autorit door de bush en blij waren dat we onderuit voor ons eigen gemaakte vuur lagen, kwamen er Kudu’s bij ons ‘op bezoek’. Een liet ons zelf haar aaien. Magisch! Toen het moment voorbij was, rende de jongste naar binnen om zijn reisdagboek te halen en op te schrijven dat hij haar “Mooi bees’’ noemde….
 
Tip 3: Lezen!
Als jullie kinderen graag lezen, maar je ziet er tegenop om al die boeken mee te slepen is online lezen een uitkomst.
 
Mijn favoriet is toch wel Booxalive met voor alle leeftijden (voor)leesplezier!
Nieuw in de collectie voor de jongsten: het verhaal over Wapper een hondje. Voorgelezen door Jannes van 15 jaar! Maar ook voor de oudere kinderen jeugdromans of antieke stripverhalen. Kijk snel op de website en veel lees- en luisterplezier.
 
De Bieb heb ik al eerder genoemd. Misschien ook leuk om eens te kijken bij hun digitale prentenboeken
 
Op Gratis Kinderboek.nl kun je ook gratis boeken downloaden. Bijvoorbeeld “het Kano-weekend’’ voor kinderen van 9-11 jaar. Toepasselijk voor nu start het verhaal met vaderdag.
 
En e-boek-gratis-downloaden.nu mag ook niet ontbreken in dit rijtje. Bijvoorbeeld met een gratis vakantie Doeboek.
 
Ter volledigheid: de vakantiebieb, gratis e-books, makkelijk per app!
    
 
Tip 2: De eerste mensen vertrekken dit weekend op vakantie. Talige spellen voor onderweg.
Talige spellen voor onderweg
 
Ik zie, ik zie wat jij niet ziet. Je kunt deze simpel spelen met alleen ‘en de kleur is…’, maar je kunt hem ook spannender maken. Dit doe je door een omschrijving te geven (over de vorm, het gebruik etc.) De kinderen proberen door middel van vragen het object te raden. Jij mag alleen met ‘ja’ of ‘nee’ antwoorden. Uiteraard allemaal in het Nederlands.
 
Ik ga op reis en ik neem mee. Eén van de spelers start het spel door te zeggen: "Ik ga op reis en ik neem mee...." en dan iets te noemen wat hij mee zou nemen op reis, bijvoorbeeld een tandenborstel. De volgende speler neemt het over en wil bijvoorbeeld graag een knuffelbeer meenemen. Hij zegt dan: "Ik ga op reis en ik neem mee... een tandenborstel en een knuffelbeer.” De speler daarna, vervolgt en wil bijvoorbeeld een koffer meenemen. Hij zegt: "Ik ga op reis en ik neem mee: een tandenborstel, een knuffelbeer en een koffer.” Als iedereen geweest is, kun je gewoon met de eerste speler doorgaan. Wie een fout maakt, is af. Je kunt het spel dan stoppen, opnieuw beginnen, of doorgaan zonder de speler die af is, totdat er uiteindelijk nog maar één speler over is.
 
Je kunt dit spel ook lastiger maken: De spelleider verzint de regel maar noemt die niet. Zo kan de spelleider verzinnen dat het mee te nemen ding moet beginnen met de eerste letter van de naam van de reiziger. Als Suzanne aan de beurt is, dan mag zegt ze bv. "Ik ga op reis en ik neem mee een stoel" dan mag ze mee. Neemt zij echter een tuinstoel mee, dan mag zij niet mee - ze is dan niet af, ze mag alleen maar dat rondje niet mee. Pas als in een rondje alle spelers mee mogen op reis en het dus door lijken te hebben, is het spel afgelopen. Dit kan ook met achternamen, de laatste letter van de naam, de laatste letter van het vorige woord etc. worden gespeeld.
 
Wie (of wat) ben ik? Eén persoon neemt een persoon of voorwerp in gedachten, de anderen moeten door vragen te stellen raden wie of wat dat is. De vragen mogen alleen met ‘ja’ of ‘nee’ worden beantwoord. Wie na tien vragen het antwoord nog niet weet, is af. Wie het goed weet te raden, mag in de volgende ronde iets in gedachten nemen.
 
Dierenslang/ boordenslang De eerste speler noemt een dier, bijvoorbeeld ‘eekhoorn’. De volgende moet dan een dier noemen dat begint met de laatste letter van ‘eekhoorn’, bijvoorbeeld ‘nijlpaard’. De volgende speler moet een dier met een ‘p’ verzinnen, enzovoort. Wie geen dier meer weet te noemen is af. Natuurlijk kun je dit spel ook spelen met plaatsnamen, voetballers, etenswaren….
 
Lodjos zongen
Zing samen een liedje, maar vervang alle klinkers door één andere klinker, die je van tevoren samen afspreekt. Dan krijg je bijvoorbeeld:
Dokkortjo Dop klom op do trop 
’s morgons vrog om kwort ovor zovon 
om do gorof on klontjo to govon. 
Wie het langst kan blijven zingen zonder te lachen, heeft gewonnen.
 
Vakantie-abc
De eerste speler zegt: ‘Ik ging op vakantie en zag een albatros’. De volgende speler ging op vakantie en moet iets gezien hebben dat met een B begint, de derde met een C, enzovoort.
Bij oudere kinderen kun je proberen om samen een leuk verhaal te verzinnen. De zinnen hoeven dan niet steeds hetzelfde te beginnen, maar de spelregel blijft dat het laatste woord moet beginnen met de volgende letter van het alfabet. Bijvoorbeeld:
‘Ik ging op vakantie en zag een albatros.’
‘Huh, wat is dat een groot best, dacht ik bang.’
‘Toen er ook nog een ooievaar en een vliegende dinosaurus voorbijkwamen, was er nog maar één conclusie.’
‘Volgend jaar ga ik gewoon weer op vakantie naar Duckstad.’
‘Daar heb je nog niet eens vliegende eenden.’ Talige spellen voor onderweg
 
Ik zie, ik zie wat jij niet ziet. Je kunt deze simpel spelen met alleen ‘en de kleur is…’, maar je kunt hem ook spannender maken. Dit doe je door een omschrijving te geven (over de vorm, het gebruik etc.) De kinderen proberen door middel van vragen het object te raden. Jij mag alleen met ‘ja’ of ‘nee’ antwoorden. Uiteraard allemaal in het Nederlands.
 
Ik ga op reis en ik neem mee. Eén van de spelers start het spel door te zeggen: "Ik ga op reis en ik neem mee...." en dan iets te noemen wat hij mee zou nemen op reis, bijvoorbeeld een tandenborstel. De volgende speler neemt het over en wil bijvoorbeeld graag een knuffelbeer meenemen. Hij zegt dan: "Ik ga op reis en ik neem mee... een tandenborstel en een knuffelbeer.” De speler daarna, vervolgt en wil bijvoorbeeld een koffer meenemen. Hij zegt: "Ik ga op reis en ik neem mee: een tandenborstel, een knuffelbeer en een koffer.” Als iedereen geweest is, kun je gewoon met de eerste speler doorgaan. Wie een fout maakt, is af. Je kunt het spel dan stoppen, opnieuw beginnen, of doorgaan zonder de speler die af is, totdat er uiteindelijk nog maar één speler over is.
 
Je kunt dit spel ook lastiger maken: De spelleider verzint de regel maar noemt die niet. Zo kan de spelleider verzinnen dat het mee te nemen ding moet beginnen met de eerste letter van de naam van de reiziger. Als Suzanne aan de beurt is, dan mag zegt ze bv. "Ik ga op reis en ik neem mee een stoel" dan mag ze mee. Neemt zij echter een tuinstoel mee, dan mag zij niet mee - ze is dan niet af, ze mag alleen maar dat rondje niet mee. Pas als in een rondje alle spelers mee mogen op reis en het dus door lijken te hebben, is het spel afgelopen. Dit kan ook met achternamen, de laatste letter van de naam, de laatste letter van het vorige woord etc. worden gespeeld.
 
Wie (of wat) ben ik? Eén persoon neemt een persoon of voorwerp in gedachten, de anderen moeten door vragen te stellen raden wie of wat dat is. De vragen mogen alleen met ‘ja’ of ‘nee’ worden beantwoord. Wie na tien vragen het antwoord nog niet weet, is af. Wie het goed weet te raden, mag in de volgende ronde iets in gedachten nemen.
 
Dierenslang/ boordenslang De eerste speler noemt een dier, bijvoorbeeld ‘eekhoorn’. De volgende moet dan een dier noemen dat begint met de laatste letter van ‘eekhoorn’, bijvoorbeeld ‘nijlpaard’. De volgende speler moet een dier met een ‘p’ verzinnen, enzovoort. Wie geen dier meer weet te noemen is af. Natuurlijk kun je dit spel ook spelen met plaatsnamen, voetballers, etenswaren….
 
Lodjos zongen
Zing samen een liedje, maar vervang alle klinkers door één andere klinker, die je van tevoren samen afspreekt. Dan krijg je bijvoorbeeld:
Dokkortjo Dop klom op do trop 
’s morgons vrog om kwort ovor zovon 
om do gorof on klontjo to govon. 
Wie het langst kan blijven zingen zonder te lachen, heeft gewonnen.
 
Vakantie-abc
De eerste speler zegt: ‘Ik ging op vakantie en zag een albatros’. De volgende speler ging op vakantie en moet iets gezien hebben dat met een B begint, de derde met een C, enzovoort.
Bij oudere kinderen kun je proberen om samen een leuk verhaal te verzinnen. De zinnen hoeven dan niet steeds hetzelfde te beginnen, maar de spelregel blijft dat het laatste woord moet beginnen met de volgende letter van het alfabet. Bijvoorbeeld:
‘Ik ging op vakantie en zag een albatros.’
‘Huh, wat is dat een groot best, dacht ik bang.’
‘Toen er ook nog een ooievaar en een vliegende dinosaurus voorbijkwamen, was er nog maar één conclusie.’
‘Volgend jaar ga ik gewoon weer op vakantie naar Duckstad.’
‘Daar heb je nog niet eens vliegende eenden.’De eerste mensen vertrekken op vakantie: Talige spellen voor onderweg

Ik zie, ik zie wat jij niet ziet. Je kunt deze simpel spelen met alleen ‘en de kleur is…’, maar je kunt hem ook spannender maken. Dit doe je door een omschrijving te geven (over de vorm, het gebruik etc.) De kinderen proberen door middel van vragen het object te raden. Jij mag alleen met ‘ja’ of ‘nee’ antwoorden. Uiteraard allemaal in het Nederlands.

Ik ga op reis en ik neem mee. Eén van de spelers start het spel door te zeggen: "Ik ga op reis en ik neem mee...." en dan iets te noemen wat hij mee zou nemen op reis, bijvoorbeeld een tandenborstel. De volgende speler neemt het over en wil bijvoorbeeld graag een knuffelbeer meenemen. Hij zegt dan: "Ik ga op reis en ik neem mee... een tandenborstel en een knuffelbeer.” De speler daarna, vervolgt en wil bijvoorbeeld een koffer meenemen. Hij zegt: "Ik ga op reis en ik neem mee: een tandenborstel, een knuffelbeer en een koffer.” Als iedereen geweest is, kun je gewoon met de eerste speler doorgaan. Wie een fout maakt, is af. Je kunt het spel dan stoppen, opnieuw beginnen, of doorgaan zonder de speler die af is, totdat er uiteindelijk nog maar één speler over is.

Je kunt dit spel ook lastiger maken: De spelleider verzint de regel maar noemt die niet. Zo kan de spelleider verzinnen dat het mee te nemen ding moet beginnen met de eerste letter van de naam van de reiziger. Als Suzanne aan de beurt is, dan mag zegt ze bv. "Ik ga op reis en ik neem mee een stoel" dan mag ze mee. Neemt zij echter een tuinstoel mee, dan mag zij niet mee - ze is dan niet af, ze mag alleen maar dat rondje niet mee. Pas als in een rondje alle spelers mee mogen op reis en het dus door lijken te hebben, is het spel afgelopen. Dit kan ook met achternamen, de laatste letter van de naam, de laatste letter van het vorige woord etc. worden gespeeld.

Wie (of wat) ben ik? Eén persoon neemt een persoon of voorwerp in gedachten, de anderen moeten door vragen te stellen raden wie of wat dat is. De vragen mogen alleen met ‘ja’ of ‘nee’ worden beantwoord. Wie na tien vragen het antwoord nog niet weet, is af. Wie het goed weet te raden, mag in de volgende ronde iets in gedachten nemen.

Dierenslang/ boordenslang. De eerste speler noemt een dier, bijvoorbeeld ‘eekhoorn’. De volgende moet dan een dier noemen dat begint met de laatste letter van ‘eekhoorn’, bijvoorbeeld ‘nijlpaard’. De volgende speler moet een dier met een ‘p’ verzinnen, enzovoort. Wie geen dier meer weet te noemen is af. Natuurlijk kun je dit spel ook spelen met plaatsnamen, voetballers, etenswaren….

Lodjos zongen. Zing samen een liedje, maar vervang alle klinkers door één andere klinker, die je van tevoren samen afspreekt. Dan krijg je bijvoorbeeld:

Dokkortjo Dop klom op do trop 

’s morgons vrog om kwort ovor zovon 

om do gorof on klontjo to govon. 

Wie het langst kan blijven zingen zonder te lachen, heeft gewonnen.

Vakantie-abc. De eerste speler zegt: ‘Ik ging op vakantie en zag een albatros’. De volgende speler ging op vakantie en moet iets gezien hebben dat met een B begint, de derde met een C, enzovoort.Bij oudere kinderen kun je proberen om samen een leuk verhaal te verzinnen. De zinnen hoeven dan niet steeds hetzelfde te beginnen, maar de spelregel blijft dat het laatste woord moet beginnen met de volgende letter van het alfabet. Bijvoorbeeld:

‘Ik ging op vakantie en zag een albatros.’

‘Huh, wat is dat een groot best, dacht ik bang.’

‘Toen er ook nog een ooievaar en een vliegende dinosaurus voorbijkwamen, was er nog maar één conclusie.’

‘Volgend jaar ga ik gewoon weer op vakantie naar Duckstad.’

‘Daar heb je nog niet eens vliegende eenden.’

Tip 1: Leuk jullie reacties hier en via de website over de zomervakantie! 
Velen van jullie willen graag dat de kinderen bezig blijven met het Nederlands. De eerste scholen krijgen einde deze week vakantie, dus hier de eerste tip: Koken :-)
 
Samen het recept in het Nederlands lezen, de ingrediënten kopen en de instructies opvolgen om iets lekkers te maken. Voor de allerjongsten kun je de kinderen alleen de eenvoudige woorden aanwijzen om op te lezen. Deze website is voor en door kinderen. Eet smakelijk! Wat zouden jullie kind(eren) willen maken?
Samen koken